Stel je voor

Stel jezelf een dorp voor. Een best aardig dorp om te wonen, voor de meeste mensen dan. Zeker voor de mensen die in het westen van het dorp wonen, rondom het huis van de almachtige burgemeester. Het is een prachtige plek, met goede gezondheidszorg, altijd voldoende te eten en veel sportactiviteiten. In ieder geval, het westelijke deel. Is het in de rest van het dorp dan ellende? Nee, hoor, zeker niet als je meedoet aan het dorpscollectief. Een systeem waar de deelnemende dorpelingen een deel van hun inkomen aan geven en in ruil zorgt de burgemeester ervoor dat je gezond en veilig in het dorp mag wonen.

Het systeem werkt, want de meeste dorpelingen zijn er gelukkig. Ja natuurlijk. In het middenoosten van het dorp heb je die twee buren die voortdurend ruzie hebben over het uiterste stukje van de aan elkaar grenzende achtertuinen. Van mij, nee van mij!
Gelukkig is daar altijd de burgemeester, die met zijn strenge oog toeziet dat het niet uit de hand loopt. Verder dan wat pesterijen gaat het niet. In het midden van het dorp was ooit een gezellig clubje, maar nadat alle leden besloten dat ze het niet meer leuk vonden en elkaar de tent uit vochten, stuurde de burgemeester er wat ordetroepen op af om te zorgen dat alles weer goed kwam. Na een lange weg is dit eindelijk ook zo.
Dan is er ook nog de bullebak in het noordoosten van het dorp. Eigenlijk wil hij de burgemeester zijn, maar stiekem weet hij dat hij tegen de echte burgemeester geen kans maakt. Deze man pikt af en toe een stukje land van omringende tuinen af en dreigt voortdurend dat hij hele tuinen zal innemen. Zijn buren voelen zich er bepaald onprettig bij, maar echt optreden doet de burgemeester niet. De bullebak is tenslotte best een grote vent.
Nou en zo zijn er tal van inwoners, kleurrijk en allen met een eigen verhaal. Sommigen doen mee aan het dorpscollectief, anderen niet.
Zo is er een inwoner aan de andere kant van het dorp. Ik zal hem voor het gemak de fictieve naam Afghani geven.

Nu, Afghani doet dus niet mee aan het dorpscollectief. Hij heeft het eigenlijk al moeilijk genoeg om zijn huur te betalen en zijn tuintje aan kant te houden. Daarnaast voelt Afghani zich ook niet echt lekker. Het rommelt wat in zijn lichaam en het kost hem dan ook moeite om dagelijks naar zijn werk te gaan. Afghani heeft al eens geprobeerd om hulp te zoeken, maar de specialist kon hem helaas niet helpen. ‘Het lijkt erop alsof je lichaam geteisterd wordt door extremen,’ had hij gezegd, ‘jammer dat je niet meedoet aan het collectief. Dan had ik je kunnen helpen.’
Feitelijk is er voor de specialist ook geen reden om echt iets te doen. Ook hij woont in de buurt van de burgemeester en Afghani woont helemaal aan de andere kant van het dorp. Dus dat de man af en toe schreeuwend van onmacht in zijn tuintje staat? Daar hebben de specialist noch de burgemeester last van. Soms schopt Afghani in de tuinen rond zijn eigen tuin een beeldje omver of hij schopt zijn eigen tuin aan puin, maar ook daar hebben ze in het westen van het dorp geen last van.
Helaas gaat het steeds slechter met Afghani. Hij merkt dat het hem steeds meer moeite kost om overeind te blijven en uiteindelijk doet hij iets radicaals. Op een dag neemt hij een moker, loopt naar het huis van de burgemeester en slaat daar in diens achtertuin zijn lievelingsbeeldje aan gruzelementen. Opeens heeft de burgemeester er genoeg van. Zijn lievelingsbeeldje! Er moet iets gebeuren. Hij zal die arme Afghani wel eens gaan helpen, dat is gelijk weer goed voor zijn imago.

Aldus geschiedde. De burgemeester stuurt zijn beste specialisten naar Afghani om hem te helpen. Het blijkt echt nodig te zijn. Zoals gedacht wordt het lichaam van Afghani verscheurd door extremen en een heel traject volgt. Uiteindelijk wordt er over gegaan tot een operatie. Deze verloopt met vallen en opstaan redelijk goed. Soms is daar een verschrikkelijke strijd, waar de specialisten echt moeten knokken, maar steeds meer weten ze de extremen terug te dringen.

Iedereen is positief. De specialisten, de burgemeester en de inwoners van het dorp. Weldra zal Afghani weer beter zijn en wie weet, gaat hij dan ook eindelijk meedoen aan het dorpscollectief. Iedereen is blij.
Dan wordt er een nieuwe burgemeester gekozen en deze besluit dat Afghani voldoende geholpen is. Deze nieuwe burgemeester vindt dat de man genoeg hulp heeft gekregen en het nu zelf moet doen. Er zijn weliswaar inwoners die zich zorgen maken, want de extremen zijn nog steeds niet helemaal weg, stel dat ze toch weer terug komen? Wat dan?
Maar de burgemeester is onverbiddelijk. Dichtnaaien en klaar.
Benieuwd hoe het Afghani zal vergaan? Ik ook.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *