Führungsverstarking

In Nederland werd ik, na de Hogere Onder Officiers Vorming, geplaatst bij 42 School compagnie, wederom als PelotonsSergeant (PS), maar dan nu met een meer instructief karakter. Het was de eenheid die de opleidingen verzorgde voor het Bataljon in Seedorf, omdat daar geen schoolperiode gedraaid mocht worden. Dit vanwege het feit dat daar alleen parate eenheden aanwezig mochten zijn die gereed waren voor inzet in het Nederlandse deel van de NATO verdediging tegen de dreiging van het Warschau Pact. Zowel het feit dat we nieuwe mannen gingen opleiden voor een echte taak en dat dit ook nog eens voor BLJ was had dit voor mij wel een prima klik. De eenheid was administratief opgehangen aan het 17e Pantserinfanterie bataljon. In de tijd dat ik kwam maakte dat bataljon nog korte tijd deel uit van het Regiment Limburgse Jagers, dus voor mij bleef alles bij het oude.
Bij 42School ben ik Wout Oeseburg en Luc (ik mag tegenwoordig Lucien zeggen) van Groenestein voor het eerst tegengekomen. Zij waren net als ik beroeps onderofficieren Infanterie, en dus was ik voor de allereerste keer niet de enige beroeps bij het peloton. Een verademing, zeker omdat zij wel van hetzelfde type waren als ik zelf: vooral het beste eruit halen, met maximale inspanning van onszelf. En ondanks het harde werken was er ook tijd voor andere zaken. In die tijd heb ik zelfs tijd weten vrij te maken, vaak tussen de middag, om te trainen voor de hele Marathon. Dat ik soms de collega’s niet kon vinden omdat ze op het dak van het legeringsgebouw zaten werd ze vergeven door de perfecte instelling die ze tentoonspreiden. Per slot van rekening waren ze bezig met materieelherkenning, omdat de B25 Duke of Brabant af en toe voorbijvloog. Voor mij was het werken met beroepscollega’s wel iets dat ik moest leren. De competentie samenwerken werd hierdoor op een geheel andere wijze verder door ontwikkeld.

De plaatsing bij 42Schoolcompagnie was voor mij geen lang leven beschoren, ik kon namelijk bevorderd worden tot sergeant-majoor. Voor mijn gevoel stond ik al met 1 been in de functie van CompagniesSergeantMajoor (CSM), dat was immers de functie waar ik al een tijd lang naar uit keek. Niets bleek echter wat het leek; er was een nieuwe visie ontwikkeld waarbij er meer aandacht werd besteed aan de kwaliteit van de leidinggevenden. Kwaliteit die helaas werd afgemeten aan de hand van de rang. Er werd besloten om aan een aantal functies een hogere rang te verbinden. Zo werd de CompagniesCommandant (CC) in plaats van Kapitein plotseling Majoor, en de CSM werd Adjudant, oftewel hij werd CompagniesAdjudant (CA). Ook voor de functie van PS veranderde er van alles. Behalve de naam, die werd omgetoverd tot OpvolgendPelotonsCommandant (OPC), veranderde ook de rang en werden dit de startfuncties voor onderofficieren Infanterie in de bovenbouw. Zo werd ik dus geen CSM, wat ik al een tijd lang hoopte, maar werd ik wederom PS, ook al heette het plots OPC en werd ik wel bevorderd. Achteraf gezien was deze Führungsverstarkung wel een gouwe greep, want het beïnvloedde inderdaad de kwaliteit op een positieve manier. Maar op dat moment was het vooral balen…

Overigens was de eerste klus die ik vrijwel direct na plaatsing voor de kiezen kreeg het bedwingen van hoogwater in de Maas. We hadden helaas geen dienstplichtigen meer, en eigenlijk ook nog geen BBT-ers. Dus met een samengestelde eenheid bestaand uit louter beroeps werden we ingezet in de omgeving van Borgharen. Behalve enorm enthousiaste bewoners zag ik met name veel zandzakken, die vervolgens gevuld weer afgevoerd werden. Ik was ingedeeld bij de vulploeg, en weet nu in ieder geval dat het niet onverstandig is om een relatief eenvoudig vulapparaat ter beschikking te hebben. Zandzakken vullen is een prima bezigheid voor een infanterist, dat zijn we immers gewend. Alleen doen we dat bij het bouwen van gevechtsdekkingen handmatig. We begonnen de klus met een grote schop en handmatig openhouden, dat was geen succes. Dat kan prima voor een schuttersput, maar de aantallen die we die laatste dagen van December 1993 hebben gevuld vergden eigenlijk wat meer hulpstukken. Gelukkig voor ons daalde de waterstand net voor oudjaar, en konden we dus gewoon thuis oliebollen eten.

In het voorjaar van 1994 werd de hele organisatie van de pantserinfanteriecompagnie herzien. Het bataljon was op dat moment de voorbereiding voor inzet in Bosnië aan het afronden en dus werden wij als compagnie aangewezen om hier aan mee te werken. Deze reorganisatie was er niet een uit het boekje, vooral erg praktisch, in plaats van alleen ‘op papier’. Zo kwam het voor dat we ’s morgens in een bepaalde formatie en organisatie het veld in gingen, tussen de middag evalueerden, en na de middag met een gewijzigde organisatie het geheel opnieuw uitprobeerden. Al met al een zeer leerzame tijd, waar ik mijn ei behoorlijk goed in kwijt kon. Ik kon immers al mijn ervaringen als PS nu benutten om het geheel nog beter te maken. Ik leerde ook het voordeel kennen van het hebben van een relatief groot oefenterrein tegen de kazerne aan. We hadden zelfs een eigen sleutel van poortje ‘5’, waardoor we heel eenvoudig te voet langs de kortste weg het oefenterrein op en af konden. Binnen ‘no time’ was ik helemaal thuis op de Oirschotse Heide en kon er met de ogen dicht verplaatsen, bijvoorbeeld van de Bananenbosjes, via de Sigarenbosjes naar het Koffiebos. Voor velen zijn dit heel bekende plekken op het oefenterrein, voor onbekenden was het vervelender, want het stond natuurlijk op geen enkele kaart, zelfs niet op de SOK (de StandaardOefenKaart). Ik werd overigens niet alleen overgeplaatst naar de A compagnie van het 17e,  ook Wout en Luc gingen mee. Daardoor werd de kwaliteit binnen ons peloton nog maar eens met een dikke factor 10 vergroot.

Behalve de organisatie van het pantserinfanterie peloton konden we ook nog meer aanpassingen laten uitvoeren. Zo ontwierp ik een rek boven de achterklep van de YPR, die we in samenspraak met de materieelbeproevingsafdeling in Huijbergen vervolgens op al onze YPRn lieten monteren. Lekker veel extra ruimte om spullen mee te kunnen nemen, al moest je wel voorzichtig zijn met uitstappen, zeker als je wat groter was. Maar uitstijgen deden we toch wel volledig omgehangen dus met helm op kon je niets gebeuren. Dit rek is vervolgens op alle NLD YPRn gemonteerd. Ik denk dat er behoorlijk wat mensen het rek, en indirect dus ook mij, behoorlijk vervloekt zullen hebben.

Na een korte tijd in een huurhuis in Eindhoven te hebben gewoond werd het besluit genomen om te verhuizen naar een koophuis in Helmond. Hierbij werd me door Jacqueline duidelijk gemaakt dat dit de laatste verhuizing was, om met name een stukje rust te brengen in de omgeving voor mijn kinderen. Op die manier hoefde de school en sportverenigingen niet weer telkens gewijzigd te worden. Iets wat ik wel belangrijk vond, al was ik eigenlijk te weinig thuis om het goed te beseffen. Ik probeerde wel zo vaak als mogelijk de prioriteit bij thuis neer te leggen, maar dat lukte maar gedeeltelijk. Willen is Kunnen, leerde ik blijkbaar pas veel later.

Begin 1995, net een jaar na het hoogwater in Borgharen, stroomde een groot deel van Zuid-Nederland weer onder. We hadden de ervaring, waren beschikbaar en gemotiveerd. En dus werden we wederom ingezet, deze keer in het meest noordelijke deel van Limburg. In no-time een eerste club samengesteld en achterin de 4 Tonner op naar een voor mij onbekende locatie. Gelukkig had de Plaatsvervangend CC, Marc Jacops, een locatie gekregen om te melden. En zo gingen we, via Gennep naar het dorpje Middelaar, waar inmiddels het water echt tot aan de lippen stond.  Wederom een prima ervaring, waarbij de dankbaarheid van de plaatselijke bevolking echt goed voelde.

Had ik in mijn periode in Den Bosch de waarde van traditie leren kennen, werd dat in Oirschot nog maar eens dunnetjes overgedaan. Toen het bataljon overging van Limburgse Jagers naar het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI) veranderde er best wel veel, voor iedereen. Omdat ik wel wist wat de waarde van traditie kon betekenen voor een eenheid was de overgang voor mij goed te doen. Al snel was ik goed ingeburgerd in de verschillende achtergronden van dit Garderegiment. Het grootste verschil was wel dat het relatief jonge geschiedenis betrof, waardoor er ook nog contact mogelijk was met levende veteranen. Voor die veteranen veranderde er overigens net zo veel als voor ons, zij moesten plotseling de geschiedenis met ons delen. Zo duurde het bijvoorbeeld best lang voordat men toestemming gaf om de militairen van het parate bataljon toestemming te geven om het fuselierskoord op het uniform te dragen. Toen die kogel door de kerk was, vond men het eigenlijk ook wel erg mooi om als veteraan dit eervolle attribuut bij de nieuwbakken Fuseliers om de schouder te hangen. Ik persoonlijk ben er dan ook trots op dat dit bij mij door Generaal Buiten Dienst Rudi Hemmes is gedaan. Het werd voor Luc, Wout en mijzelf vanaf dat moment een sport om ons koord nat te maken in het water van de daadwerkelijke locaties waar onze veteranen zo hard gevochten hadden. We waren met het bataljon in Normandië, waar we met name de historie van het bataljon goed gingen begrijpen. Eerst in Arromanches aan de Atlantische Oceaan, waar we het koord ontvingen, vervolgens de plaatsen van de Vaandelopschriften en andere historische plaatsen. Zo werd diezelfde reis ons koord nat gemaakt in Hell Fire Corner. Eerlijk gezegd was het vinden van Chateau St. Come, wat in de oorlog door de fuseliers dus Hell Fire Corner genoemd werd, wel een behoorlijke klus, want vrijwel niemand wist exact waar dat was. Na wat onderzoek hadden we echter de juiste locatie gevonden, met schuin er tegenover de locatie van de Bataljons Commando Post.
Het was overigens niet zomaar een herdenking en battlefieldtour in Normandië. Het was namelijk exact 50 jaar geleden dat de geallieerden de invasie uitvoerden, die uiteindelijk leidde naar de bevrijding van Europa. Zo waren we, de dag na onze koorduitreiking, onderdeel van een internationale manifestatie op Omaha beach. Na een defilé voor de verzamelde staatshoofden op Omaha Beach was er een dag later een defilé voor Koningin Beatrix in Pont-Audemer, wat voor ons weer als voordeel had dat we ook daar ons koord nat konden maken in de Risle. Tijdens de receptie na afloop heb ik kort met Hare Majesteit mogen praten, wat zeker op dat moment veel indruk op me heeft gemaakt. De reis werd voor ons afgesloten met een landing op Omaha Beach. De klep van de Franse landingsboot ging bijna vanzelfsprekend relatief vroeg open, en met zicht op de duinenrij achter het strand gingen we vol goede moed het water in. Zelfs met alleen maar de pelotonsvlag in mijn handen verzoop ik al bijna, laat staan dat je dit had moeten doen zoals onze bevrijders in 1944, volledig omgehangen en voorzien van extra munitie en uitrusting. Een dag eerder had ik van bovenaf staan kijken, aan de rand van de grote Amerikaanse Begraafplaats in Colleville-sur-Mer. Naast me stond een oud baasje, die zichzelf aan ons voorstelde en vertelde dat er slechts 3 overlevenden waren van zijn peloton na de landing op dit strand. Indrukwekkend! Later werd ons koord nat in Beeringen, Tilburg, Hedel en Colijnsplaat.
De traditionele Regimentsdrank komt bijna vanzelfsprekend uit de Normandische boomgaarden; Calvados wordt gemaakt door appelcider tweemaal te destilleren. Dat er bij alle genoemde gelegenheden de Calvados rijkelijk vloeide hoef ik hier niet te vermelden.
In deze periode maakte ik wederom deel uit van de Vaandelwacht, nu dus van de Fuseliers. Omdat we nog duidelijk bezig waren met de overgang van dienstplichtigen naar BBTers hebben we een periode lang de achterste rot van de Vaandelwacht gevuld met Sergeant Majoors. Zo gingen we dus ook een aantal keer naar Engeland, om daar onder andere in Congleton en Wolverhampton herdenkingen bij te wonen.
De periode als SMI OPC was een zeer waardevolle ervaring. Ook al was ik als Sergeant en als Sergeant1 al PS geweest, met die tactische ervaring en inmiddels toch ook een paar jaar ouder, moet ik zeggen dat Führungsverstarkung wat mij betreft wel een goede ontwikkeling was. Het bood gewoon meer kwaliteit op de juiste plaatsen, waardoor met name ook de begeleiding van jongere collega’s beter verliep. Hoe jammer is het dan om na een aantal jaren te zien dat deze ontwikkeling weer tenietgedaan wordt. Zeker omdat het vooral lijkt op een smerig goedkope bezuiniging. Maar goed, zo ver zijn we nog niet, we hebben nog wat afleveringen te gaan voordat dat ingezet wordt.

Blijf volgen!

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een antwoord achter aan Monic Schoots-Hak Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *