Simon Labaar

Simon Labaar is 46 jaar en momenteel weer vrijgezel, omdat het met zijn problematiek niet lukt om een relatie in stand te houden.

Simon, je hebt een bewogen diensttijd achter de rug, die uiteindelijk sneller eindigde dan je gewild had. Bij welke eenheid diende je en welke missie(s) heb je gedraaid?
Mijn opkomst was in 27 september ‘99 in Assen, waarna ik MAG-schutter werd bij de C-Cie van 42 BLJ.
Na viereneenhalf jaar Duitsland en de uitzending SFOR 11 (2001/2002) in Novi Travnik, ben ik er kort uit geweest vanwege familie omstandigheden. Ik stapte er 2003 uit, ben daarna in 2005 weer terug gekeerd bij 42 BLJ.
Ondertussen had ik echter besloten dat ik naar de KMS wilde om onderofficier te worden, dus toen overgestapt naar 41-pagbat te Oirschot. Met deze eenheid in 2007 op missie geweest in Kamp Holland Afghanistan. Maart 2010 verliet ik d actieve dienst.

Wat dreef jou om militair te worden?
Mijn reden om het leger in te gaan was omdat ik hield van lichamelijke activiteiten, de onderlinge broederschap, de uitdagingen die je in dit vak tegenkomt en natuurlijk dat je jouw omgeving en anderen in moeilijke tijden  kunt helpen.

Een bepaalde broederschap met een van mijn dienstmaten begon trouwens al voor ik militair werd. Hem had ik namelijk per toeval al leren kennen in mijn dorp in Italië (waar ik oorspronkelijk vandaan kom) voordat ik in ’97 naar Nederland kwam.
Toen ik twee jaar later, in ’99  opkwam in Assen, zat diezelfde jongen, Michel Marse, op mijn kamer.
Hij zegt tegen mij: ‘Jij heet Simone en je komt uit Albenga.’
Dat was schrikken, hoe wist die vent dat? Ik was zo verbaasd, dat ik niet anders kon bedenken dan ‘Jij hebt in mijn portemonnee gezeten.’ Hij zegt: ‘Nee, jij bent die jongen uit Albenga, die met z’n hond van de pier af dook.’
Nou geloof me, ik stond daar met m’n bek vol tanden. Heel apart, maar ook fijn vond ik dat, want hij was voor mij een bekend gezicht. Nu zou hij MAG-schutter worden en ik zou boordschutter worden en beiden waren we niet blij met de ons toegewezen functies. Zodoende hebben wij er alles aan gedaan om van functie te ruilen. Mijn argument was en dit vergeet om nooit meer, ik zei letterlijk tegen de smo (de sergeant majoor opleidingen) ‘Deze jongen sterft niet in een blikje als een sardientje. Als ik sterf, dan doe ik dat achter een boom, een muur of door mijn foute keuze, maar niet opgesloten in een blik.’ Dat hielp, want onze functies werden gewisseld.

Mooie anekdote en dan je tijd bij defensie en de missies waaraan je deelnam.
Mijn eerste inzet als paraat militair was  toen mijn eenheid werd aangewezen om ondersteuning te bieden na de vuurwerkramp in Enschede aan de getroffen personen die door die echt ongelofelijke ravage waren getroffen.
Ik heb daar rondgelopen  en wat wij daar zagen als jonge mensen in eigen land, was bijna onwerkelijk. Alsof het gebombardeerd was.
Dat was in mijn ogen m’n eerste ervaring met een soort oorlogsgebied.
Nadat wij klaar waren met de ondersteuning daar, ging onze eenheid op koud weer training in Tsjechië oefening Libava, nabij Brno.
Wat wij daar meemaakten was niet niks en is wat mij betreft is dit een van de voorvallen die mijn leven compleet veranderden.

Tijdens deze oefening viel een YPR van een brug in het water, waarbij Michel (achttien jaar nog maar) kwam opgesloten te zitten in het voertuig. Een aantal collega’s en ik stonden het dichtst bij het ongeval en stonden in tien seconden, zo niet minder in het water.
Ik kan je vertellen dat wij als eenheid nooit geoefend hadden op zo’n situatie, maar wat ik zag gebeuren, terwijl ik in het water stond om het noodluik van het ondersteboven belande voertuig open te krijgen was onwerkelijk.
Samen met mijn collega’s, die langs mij stonden in het water van nog geen 2 graden, trachtte ik uit alle macht om het luik open te krijgen. Maar niet alleen wij.
Iedereen gaf alles om Michel een kans te geven om levend  uit het voertuig te komen. De inzet daar van eenieder om mij heen was ongelofelijk.
Een collega trok met z’n blote handen de concertinas uit water, zodat een kpl met een andere YPR het voertuig zodanig kon draaien, dat wij bij het boordschutters luik konden komen.
Een andere kpl was zsm aan het reanimeren maar het mocht niet meer baten.

Helaas, ondanks ieder z’n inzet en geloof mij, ik heb nimmer zo’n goede, onbesproken samenwerking gezien, totdat ik in Afghanistan ook in een behoorlijk hachelijke situatie terecht kwam, verdronk hij voor mijn ogen.
Wetende dat ik eigenlijk boordschutter zou worden, was dat voor mij extra zwaar, omdat ik vind dat hij in mijn plaats is overleden. Tot op de dag van vandaag, vraag ik mij af waarom. Ik vraag hem ook heel vaak: ‘Doe ik het goed? Was ik het waard?’
Dit heeft mij hard getekend.

Maar als eenheid moet je verder en wij waren bezig aan het trainen voor de uitzending naar Bosnië. Heel veel spannends heb ik daar persoonlijk niet meegemaakt.
In Afghanistan was ik betrokken bij situaties die momenteel onderdeel zijn van gesprek, omtrent Chora.
Ik kan je vertellen dat als jij bijna zes maanden lang dag in dag uit alert bent, omdat je zowel binnen als buiten het kamp gewoon plotseling, alsof het niets is, gewoon opgeblazen kan worden, dit een litteken achter laat. Ik heb daar dingen gezien die je eigenlijk niet eens kunt voorstellen, persoonlijk dingen meegemaakt waarvan ik ook nu nog wakker schrik.
Om eerlijk te zijn treedt ik liever niet teveel in de details, maar geef een kleine aanvulling.
We zij beschoten door geweren en mortieren, nog geen twintig meter van ons blies een vent op een motor zichzelf op langs een voertuig van onze colonne. Vervolgens laadden wij een  gewonde in onze bushmaster die geen been meer had en wiens arm eraf lag. Onder begeleiding van een Laro van de Engelsen, die met zn 40 mm granaatwerper ruimte maakte, konden wij de gewonde terug brengen naar TK (Tarin Kowt, hoofdstad van Uruzgan).

Na de debriefing kreeg ik opdracht om het voertuig schoon te gaan spuiten. De geur van opgedroogd bloed, die ijzerachtige lucht, zal ik nooit met vergeten. Dit is nog maar een gedeelte van wat ik daar mee heb gemaakt. Er zijn er zoveel heftige momenten geweest dat ik niet eens zou weten wat ik moest beginnen, dus ik houd het op die waar ik het meeste moeite mee heb.
Gelijktijdig met de aanslag waarbij Timo Smeehuizen overleed, werden ook wij onder vuur genomen door mortieren op een andere locatie. Ik herinner mij de klap en de rookwolk die ik zag opstijgen in TK, terwijl wij ergens anders op patrouilles waren. Nog geen drie tellen later regende het mortiergranaten om ons heen.
Wij moesten ons toen terugtrekken om troepen die de aanslag hadden meegemaakt te ondersteunen, maar toen wij daar aankwamen, hadden als ik mij goed herinner zowel de QRF als de aussies al een perimeter om het gebied betrokken. Dus gingen wij terug naar de base.
Eens ging ik als beveiliger voor de ptls”er  voor het kleine stukje tussen de White en Brown Compound in Chora. Dit was om een medische check te doen bij een tea boy van de district chieff van Chora, die een jongetje van de markt wilde plukken.
Die werd door de Afghanen afgeranseld en in een container vastgehouden, om hem duidelijk te maken om dat nooit meer te doen.
Niet dat ik zijn gedrag goed wil praten, maar dit was niet normaal meer, dacht ik.
Het was geen horrorfilm zo erg was het niet maar de angst in de ogen van die man. En de stank ook in die container.
Hij was de volgende dag ook weer  vrij.

Je moet je voorstellen dat er daar in Afghanistan veel verschillende etnische groeperingen en culturen leven. Dat botste regelmatig onderling, doir de verschillende van normen en waarden.
Ook als je ziet dat als er een gedode Anap (Afghan national auxiliarie  police) aan de poort van de base wordt gebracht. En daardoor zijn familie $100 krijgt dan denk je ook dat de mensen leven daar niet veel waard is. Dat zet je wel aan het denken in wat voor situatie je moet werken. En dat de mensen die je tegenover hebt, anders naar een mensenleven kijken dan jijzelf. Dat betekent dat je steeds goed alert  moet zijn.

Op een dag ging ik mee als beveiliger van de kapitein, samen met een Afghaanse majoor van het Anap), om de betrokkenen district chief van Chora te betalen.
Die beveiliger van die majoor werkte voor het Amerikaans beveiligingsbedrijf Dynacor.
Zij stonden allen in een kamer vol met Afghanen en ik daar buiten in de open tuin die ze dan hebben in het midden van zo’n huis.
Daar, stond ik, terwijl uit het niets zo’n Afghaan mij uit het niets begint te testen. Hij richt zomaar z’n wapen op mij, waarop ik uit als reactie de loop van mij af duw. Dit herhaalde hij nog een keer.
En ik deed hetzelfde, maar wilde de situatie niet laten escaleren .
Ik zag dat hij niet goed richtte,  zo zei ik dat hij een verkeerde schiethouding aannam en deed het voor en zei gingen het ook nadoen.
Geloof mij dat was het moment dat ik mij behoorlijk ongemakkelijke voelde, daar nam ik afscheid.
Ik stond in mijn eentje tegenover twaalf zwaar bewapende Afganen die, zogezegd, ANAP waren, maar dat geloofde niemand. Omdat zij een levensverwachting hadden van max. vier weken, toch nog rondliepen en geen salaris kregen. Was heel heftig die ervaring, mijn verbinding met de base, de White Compound in Chora viel weg.

Ook heb ik mijn knie banden, tijdens een nachtpatrouille op het kamp, op een hele lullige manier verneukt. De volgende ochtend,  natuurlijk nadat ik mijn wachtdienst af had gerond, had geslapen en met een dikke knie wakker werd, ging ik naar de role 2.
Daar zei de arts de letterlijk tegen mij ‘Voor jouw is het klaar, afgelopen jij gaat terug naar Nederland.’
In overleg met mijn commandanten heb ik ze over kunnen halen om mijn niet terug te sturen, maar mij de nacht diensten van mijn collega’s over te nemen. De  wachtdiensten bedoel ik mee de camera’s die wij gebruikte om de omgeving van de base in de gaten te houden, zodat zij uitgerust waren als ze op patrouilles moesten.
Nou ja de rest is geschiedenis. Door m’n been was ik mijn toekomst bij defensie kwijt, dus geen KMS en geen onderofficier worden. De onrust in mijzelf leidde tot een scheiding. Alles was ik kwijt, ben uiteindelijk opgenomen en behandeld, ging medicijnen, drugs en alcohol gebruiken, ben nogmaals opgenomen en behandeld. Maar ik heb nog veel meer meegemaakt heb zelfs meerdere keren afscheid genomen omdat ik dacht: dit ga ik niet levend verlaten.
Heb af en toe nog van die momenten dat ik de weg kwijt ben. Dan staar ik in het niets, vertrouw niemand. Spichtig en alert tot en met. Gelukkig ben ik wel m’n agressiviteit kwijt.
Daarnaast heb ik ook geluk met mijn hond, die naar mij komt op momenten dat ik mij raar voel.
Desondanks zou ik niets willen veranderen, behalve dat mijn been nog gewoon z’n werk deed. Want dan was ik nu nog bij defensie.

In de burgermaatschappij is niet altijd begrip voor militairen, voor veteranen. Er worden wel eens dingen gezegd of gevraagd. De vervelendste vragen zijn of je iemand gedood hebt.
Ook als het gaat over wat ik meemaakte. Als iemand tegen mij zegt dat ik er zelf voor gekozen heb, dan vraag ik: ‘Dus als iemand onder een trein komt of een vrachtwagenchauffeur rijdt een kind aan dan heeft hij er ook zelf voor gekozen?’
Dan zijn ze stil.

Jij wilde dat je nog bij defensie werkte, wat geef jij mensen die militair willen worden mee?
Denk goed na wat je wilt bereiken waarvoor jij het doet, wees voorbereid. Je komt in situaties waar jij voor jezelf en vooral voor diegene links en rechts van je keuzes moet maken die je de rest van je leven bij zullen blijven.
Maar je maakt ook kennis met mensen waar je ook de rest van je leven op kunt bouwen.
Zoals ik persoonlijk mee heb gemaakt. Lotgenoten, mensen zoals ik, die hetzelfde mee hebben gemaakt. Misschien niet tegelijk maar wel begrip en kennis hebben over wat je mee maakt.
Ik heb het nu ook alleen over de zware periode gehad, maar ik heb ook heel veel goede momenten meegemaakt die ik koester.

Zou jij jezelf omschrijven als een trotse veteraan?
Voor mij hééft de betekenis veteraan voor een lange tijd niks uitgemaakt, omdat ik zoals velen van ons, zich alléén voelde in de dagelijkse strijd die we voerden in ons lichaam hoofd en geest.
Je denkt er in eerste instantie alkeen voor te staan. En geloof me inderdaad, dat sta je de eerste jaren ook. Maar zodra de hulpverlening in stand komt en je uit  je kleiner wordende eenzame wereld komt.
Merk je dat je niet alleen bent.
Vaak, ook al ken je da andere lotgenoten niet, ontstaat er toch een band..
En als je erachter komt dat jij niet de enige uit je eenheid bent, dan realiseer jij jezelf dat nog beter.

Ik ben net nieuw bij De trotse veteraan, dus kan er nog niet zoveel over zeggen. Moet wel zeggen dat ik op Facebook veel steun en begrip gekregen heb omtrent wat ik geschreven had.

3 antwoorden
  1. Donkie
    Donkie zegt:

    Indrukwekkend stuk maat! Ik ben trots op je dat je dit durft en kan delen! Sommige dingen heb in samen met jou meegemaakt en weet hoe het was en soms nog steeds is in bepaalde situaties.

    Beantwoorden
  2. Kolonel Jan H. Vonk
    Kolonel Jan H. Vonk zegt:

    Je hebt wat je meegemaakt hebt indrukwekkend beschreven.Respect!! Ik heb er een deel van mogen meemaken. Uit je verhaal begrijp ik dat je beseft dat er meer mensen zijn met zulke ervaringen. En dat je daar contact mee hebt. Ik hoop dat dit helpt om er mee om te leren gaan. Sterkte.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *