Libanon Dutch Infantry Company III

Al tijdens mijn opleiding aan de SROKI had ik laten weten dat ik het wel zag zitten om het avontuur aan te gaan tijdens een uitzending naar Libanon. In die tijd was dat eerder uitzondering dan regelmaat, zo veel gelegenheid om op een dergelijke wijze ervaring op te doen was er niet. In tegenstelling tot mijn dienstplichtig opleidingsmaatje Philip de Koning ging ik echter eerst naar de KMS. Hoe zuur was het dan ook dat Philip op 9 november 1979 met een vrachtauto op een mijn reed, op de weg naar Majdal Zoun. Hij overleed ter plekke. Voor mij was dit aanleiding om niet meer vrijwillig die uitzending koste wat kost op mijn verlanglijstje te houden. Daarnaast had ik het meer dan druk genoeg tijdens mijn eerste parate functies. In het voorjaar van 1984 werd ik echter aangewezen voor uitzending naar Libanon. Aangewezen, omdat ik op dat moment de meest ervaren beroeps infanterie sergeant was met radar ervaring. Aangewezen, omdat je in die tijd, zeker in de onderbouw, eigenlijk geen inbreng had over waar je volgende functie was. Je was overgeleverd aan de grillen van DPKL[1]. Ik had er zeker geen slecht gevoel bij, een uitzending was wel iets waar ik zeker weer meer ervaring op kon doen. Ook het thuisfront stond er niet afwijzend tegenover, al stonden ze natuurlijk niet te springen. Ze begrepen wel degelijk dat een dergelijke ervaring voor mij een grote meerwaarde betekende.

Inmiddels was de uitzending van Nederlandse eenheden teruggebracht van bataljonssterkte (Dutchbatt) naar een eenheid van compagniessterkte, Dutch Infantry Company, afgekort DIC. Ik was voorbestemd voor DIC III, wat later de een-na-laatste bleek te zijn. DIC was verantwoordelijk voor het zuidelijk deel van het voormalig bataljonsvak.

De opleiding voor Libanon was met het verdwijnen van het bataljon uit Libanon overgegaan van Assen naar Veldhoven, op de locatie van het PIROC[2]. De eenheid zelf was al enige tijd in opleiding en ik werd als individueel uitgezonden militair slechts twee weken voor het einde van de opleiding daar toegevoegd aan de eenheid. Heel prettig voelde dat niet, ik was immers gewend om zelf verantwoordelijk te zijn voor opleidings- en trainingstrajecten en veel invloed uit te kunnen oefenen op de inhoud. Specifiek voor mijn functie was er eigenlijk helemaal niets voorbereid, men wist mij niet eens te vertellen welk merk en type radar ik in het inzetgebied ging tegenkomen, en wat mijn exacte taak was. Veel onduidelijkheid dus, en misschien werd ik daardoor wel steeds nieuwsgieriger. Ik werd ingedeeld bij de compagniesstaf binnen de Sectie Operatien, als jongste van allemaal en als laagste in rang. De rest was tenminste sergeantmajoor of officier.

Voorafgaand aan de uitzending werd ik gesommeerd om te verschijnen voor DPKL; twee zeer zure adjudanten die plaatsingen voor de onderofficieren regelden. Ik kreeg dan ook te horen dat ik na de uitzending geplaatst zou worden bij de Infanterieschool in Harderwijk. Gehanteerde motivatie was dat men mijn uitzendingservaring nodig had om collega beroepsonderofficieren op te leiden. Dat dit betekende dat ik aansluitend aan de uitzending in een weekendhuwelijk terecht zou komen was voor hen geen argument. En ook het feit dat in de periode van DutchBatt onderofficieren hun voorkeur konden aangeven was helaas voor hen geen reden om iets te wijzigen aan het plaatsingsbeleid. Dienen, was het devies.

Na een week inschepingsverlof was het zover, en ging ik via Schiphol en Ben Gurion Airport naar Zuid-Libanon. Afscheid nemen is volgens mij niemands hobby, en ligt ook voor iedereen anders. Waar de een kiest voor afscheid thuis hebben wij altijd zo veel als mogelijk gekozen voor afscheid op een zo laat mogelijk moment.

Kaderleden, en zeker die niet bij het ONDAS[3] deel hoorden, gingen ‘First In’, en naar later bleek, ook ‘Last Out’. Dat had wel als voordeel dat ik al goed ingewerkt was toen het gros van de eenheid aankwam. Tegen die tijd had ik ook wel gezien waar ik verantwoordelijk voor was, namelijk het inzetbaar houden van de UNIFIL radars, waarvan we er drie in de enclave hadden staan, en één reserve op de compagniespost. Daarnaast was ik verantwoordelijk voor het opleiden en trainen van personeel van de pelotons op de genoemde radar. Echt een taak voor een onderofficier dus: Vakman, Leider en Instructeur. Een taak die zeer afhankelijk was van de medewerking en samenwerking van anderen. Samenwerken was een must! Ik was immers afhankelijk van de pelotons en wanneer zij tijd hadden voor mijn lessen. Ik voorzag behoorlijk wat tijd over voor mezelf en vroeg aan mijn leidinggevende extra taken, die dan ook snel werden toegewezen. Daarbij hoorden onder andere het beheer over onze ‘schietbaan’, beheer van de overige optiek van de eenheid, assisteren bij de oefeningen van de Force Mobile Reserve (FMR), een soort van Quick Reaction Force. Groot voordeel voor mij was wel dat ik bijna altijd door het gehele gebied aan het rondreizen was, in de enclave met de posten 7-1 tot en met 7-6, langs de Coastal Road bij 7-1A, 7-1B, 7-17 en 7-18  en bij de neveneenheden van de andere landen. Daardoor was ik vaak in het gebied, en dus ideaal voor de Situational Awareness van het Hoofd Operatien.

Tijdens een van onze eerste ritten in de eerste week werden we, Hoofd Operatien en ondergetekende, klemgereden door de in Zuid Libanon aanwezige Israëlische Geheime Dienst, de GSS, tussen Al Mansouri en Majdal Zoun. Tijdens een kort en heel duidelijk, niet onvriendelijk, gesprek werd door hen duidelijk gemaakt wie er, volgens hen, de baas was in het gebied. Dit gebeurde, bij toeval, vrijwel exact op de locatie waar vijf jaar eerder mijn dienstplichtmaatje Philip de Koning sneuvelde.

Pas nadat de eenheden de taak van de voorgangers overgenomen hadden en de tijd hadden gehad om de veren te schudden kwam er tijd voor mij om de radarlessen te gaan geven. Tijdens een van die lessen, op het dak van Post 7-17, zagen we een konvooi van het Israeli Defense Force (IDF) beschoten worden vanaf de Middellandse Zee, notabene door een eigen, Israëlische, patrouilleboot. De reactie van de eenheid was razendsnel, men nam een grote rondom in, waarbij met .50 werd gevuurd op alle verdachte zaken. Binnen een uur werd er een extra eenheid met behulp van grote transporthelikopters afgezet en werd de perimeter dicht gezet. Later bleek dat we na die actie twee lokale tolken, die in dat gebied woonden, nooit meer terug hebben gezien.

Het kwam overigens vaker voor dat Israëlische patrouilles door middel van uitbrengen van vuurstoten hun eigen nabijbeveiliging probeerden te waarborgen. In die tijd was het ons nog toegestaan, middels de Vehicle Movement Code, om alleen rond te rijden in een voertuig, waardoor een dergelijk ‘ontmoeting’ tenminste voor onplezierige momenten zorgde. De grote letters UN op de motorkap van mijn Jeep CJ8 voorkwam dan ook niet dat de IDF een salvo .50 over het dak van mijn voertuig vuurde. Behalve een noodstop en dekking zoeken kon ik weinig uitrichten, helaas. Ook de overige actoren in Zuid Libanon waren relatief trigger happy. Ik kan me nog een voorval herinneren waarbij ik samen met onder ander Jack van Hooijdonk onderweg was naar de Noorse eenheid (Camp Scorpio) en we in een roadblock enige tijd werden opgehouden door LAUI (Lebanese Armed and Uniformed by Israel) militieleden. Na een aantal minuten wachten reed een civiele auto op hoge snelheid door het roadblock, en werd door de aanwezige militairen (al leken het meer op boeven) automatisch vuur afgegeven. Dat ons voertuig daar in de vuurlinie stond was voor hen zeker geen beperking. Zo ontstond tenminste het idee dat de letters UN die zeer groot voor op de motorkap waren aangebracht stonden voor United Nothing, in plaats van United Nations.

Gedurende de eerste weken van de uitzending werd mij wel duidelijk dat de organieke functie voor mij onvoldoende was om ruim zes maanden in Zuid Libanon door te brengen. Daar bleek dus dat ik, als jonge onderofficier in de onderbouw, zelf moest opkomen voor mijn positie. En inventief zijn als het ging om het op een prettige wijze extra taken toe te wijzen aan het eigen pakket. Zo kwam het dus dat ik heb leren om waterleidingen aan te leggen samen met de genie, en zelfs de klimset om in de elektra palen te klauteren werd door mij gebruikt. Ook het verfraaien met kalligrafie letters van de toolset van de monteurs werd zeer gewaardeerd.

Tijdens uitzendingen zijn de lokale kinderen altijd bijzonder, zo ook tijdens mijn eerste ervaring zo ver van huis. Onze voorgangers hadden ze al van alles geleerd; tijdens het voorbijrijden riepen ze altijd ‘Alles goed!’ maar als je ze tijdens een patrouille tegenkwam was het al heel snel ‘Gimme Pen’ en heel veel uitgestoken handjes. Niet te flauw, dus ik nam een grote pot pennen mee van bureau om in ons eigen dorp Majdal Zoun uit te delen. Dat heb ik geweten: behalve dat ze elkaar bijna vermoorden voor een pennendopje was daarna de markt verzadigd. Dus leerde ik ze: ‘Gimme Parker’…. Ik weet niet of onze opvolgers er nog last van gehad hebben.

Ook tijdens uitzendingen gingen ‘normale’ personeelsaangelegenheden gewoon door, bijvoorbeeld ook blokbevorderingen. Zo werden Willem Boender (Sergeant van de Geneeskundige dienst bij de Hulppost) en ikzelf bevorderd tot Sergeant der Eerste Klasse. De traditie wil wel dat je voorafgaand een Sergeant 1 Test aflegt, om door de commissie van wijze mannen (oudere sergeanten 1) uiteindelijk toegelaten te worden tot deze categorie. Ondanks dat er geen alcoholverbod was tijdens onze uitzending werd de test zelf wel alcoholvrij gehouden. Misschien had ik dat liever anders gezien, omdat de alternatieven minstens net zo erg waren. En nadat de commissie een positief oordeel over ons had geveld hebben we er echt wel een biertje op gedronken.

Het beheren van de schietbaan in de wadi An Nafkah, ‘het Paradijs’, was een eenvoudige taak, die met name het honoreren van de aanvragen inhield. Op enig moment had ik ook de eigen eenheid ingeroosterd en ’s-morgens als eerste zelf daar heen gereden om voorbereidingen te treffen. Daar aangekomen trof ik een aantal militairen van een onbekende eenheid aan, voorzien van witte civiele Mercedessen met een kofferbak vol met wapens die ik nog nooit van dichtbij had gezien. Als kersverse Sergeant1 dacht ik niet lang na, en stapte op de grootste militair af, die duidelijk de leiding had, en ik nog lichtjes herkende van een eerder moment waarbij ze ons klem hadden gereden. Ik deelde hem in het Engels mee dat ze geen toestemming hadden om vandaag op ‘onze’ schietbaan aanwezig te zijn. Na een aantal hartsgrondige Hebreeuwse vloeken werd me fijntjes uitgelegd dat ik mezelf beter uit de voeten kon maken om te voorkomen dat ik als bewegend doel ging fungeren. Gelukkig was hij wel zo sportief om te vertellen dat ze na 10.00 uur weg zouden zijn. Ik heb, nadat ik een stuk teruggereden was, de eenheid via de radio doorgegeven dat we pas later op de schietbaan terecht konden. De confrontatie zoeken leek zeker niet de beste oplossing op dat moment.

Naast de organieke werkzaamheden en bijgepluste taken kwamen soms ook echte infanterie taken om de hoek kijken. Zo hebben we een aantal keer een voetpatrouille uitgevoerd in de omgeving van de favoriete routes die het Palestinian Liberation Organization (PLO) in het verleden gebruikten. Onder andere vanaf Post 7-6, langs de berg met de mooie naam Jabal Basil, richting ‘het Paradijs’ om daar weer opgepikt te worden door transport van de compagnie. Een mooie gelegenheid om het gebied eens van een heel andere kant te bekijken en zeker ook mooi om midden in die wildernis lokale bevolking tegen te komen, die probeerde rond te komen van het stoken van houtskool en dergelijke. Gastvrij als men was werd er ook midden in de wadi thee geserveerd, met de gebruikelijke enorme hoeveelheid suiker. Shrab Sjah…..(thee drinken)

Opvallend was dat veel locals een arm of een been misten. Navraag leverde een redelijk logische verklaring op; vissen op zee deed men namelijk met zelfgemaakte explosieven. Die explosieven werden meestal door kinderen gemaakt langs de kant van de weg. Op zee werd dan door een zwemmer een school vissen gespot, zo vlak mogelijk op het water liggen werd dan het exposief tot ontploffing gebracht. De instabiliteit van zelfgemaakte ontstekers en lading veroorzaakte vaak vroegtijdige ontploffingen met desastreuse gevolgen.

Bij de uitgangen van de dorpen waren bijna altijd wel wilde honden te vinden. Blijkbaar durfden ze het dorp niet echt in, omdat de bevolking niet al te hondvriendelijk was. Deze Wadi-dogs hadden het vooral gemunt op de langzaam rijdende voertuigen om daar met hun kwijlende bek en blikkerende tanden met veel herrie de chauffeur en bijrijders te intimideren. Ze waren vaak kwantitatief in de meerderheid en als ze de kans kregen hadden ze je ook echt te pakken. Stelregel voor VN voertuigen was om in de dorpen niet harder te rijden dan 15 km/u. Omdat de temperatuur prima was reed ik in de aan mij toegewezen Jeep CJ8 altijd zonder deuren rond. Dat was dus vrij spel voor de honden. Ondanks dat ik een erg grote hondenliefhebber ben, altijd geweest, heb ik toch ook ooit een poging gedaan om met links auto te rijden en met rechts met m’n pistool op de happende Wadi dogs te schieten. Dat werd, gelukkig, geen succes, al werden ze wel, heel kort, afgeschrikt. Vanaf dat moment had ik een pikhouweelsteel links naast me liggen en stuurde ik met rechts bij de in- en uitgangen van de dorpen. Met dat stuk hout kon ik ze veel beter op afstand houden. En zo kon ik mijn liefde voor honden behouden en er zonder kleerscheuren van af komen.

Uitzendingen in die tijd hadden twee verlofperiodes van ongeveer twee weken. Op een totale uitzendduur van 7 maanden was dat eigenlijk wel prima te noemen, ook al zat er aan elke verlofperiode wel weer een afscheidsmoment gekoppeld. De eerste verlofperiode ben ik naar Nederland terug gegaan en veel meer als lui op de bank hangen heb ik geloof ik niet gedaan. Wel natuurlijk veel met Jacqueline gepraat over de periode na de uitzending, die op voorhand niet zo leuk leek te gaan worden vanwege het weekendhuwelijk dat zou gaan ontstaan. De tweede verlofperiode hebben we het omgedraaid en kwam Jacqueline naar het Midden-Oosten. Naast het bezoeken van plekken in Israël stond ook een rondreis door Egypte op de agenda. Tijdens het bezoek aan Jerusalem begon het te sneeuwen, en omdat dit niet ons idee van vakantie benaderde zijn we vlug met een reguliere busdienst richting Eilat vertrokken. Onderweg nog even gezien waarom het op dat moment niet zo heel erg moeilijk was om een aanslag te plegen in dit deel van Israël; tijdens de tussenstop in Beer Sheva lieten de militairen (die zowel in militair tenue als ook in burger altijd hun wapen en een aantal patroonhouders bij zich hadden) de wapens en munitie gewoon in het middenpad liggen. Na een periode in de omgeving van Eilat, met bezoekjes aan o.a. de mijnen van Koning Salomon, via Tel Aviv, alsnog richting Egypte vertrokken. Onderweg was het verschil heel erg goed zichtbaar, hoe zuidelijker we kwamen hoe meer plaatstalen hutjes er te zien waren. De Negev Woestijn en ook de Sinai zijn overduidelijk niet echt te meten met de Westerse invloeden die je noordelijker wel tegen kwam. De grens tussen Egypte en Israel had heel veel weg van de Midden Oosten variant van het IJzeren Gordijn. De rondreis in Egypte was zeer indrukwekkend en goed voor het opsnuiven van de aanwezige diverse culturen.

Gedurende mijn loopbaan was met name het verblijf in het buitenland vaak een aaneenschakeling van besef en begrip krijgen van andere culturen, ook al had ik daar in de onderbouw niet altijd direct besef van. Dat kwam eigenlijk pas veel later. Misschien omdat je op die leeftijd andere zaken belangrijker vindt, of omdat je dat gewoon nog niet zo ervaart. Gelukkig bleven de herinneringen altijd goed bewaard, ook al was het soms helaas omdat het ook niet alleen maar leuke momenten betrof. Wel leuk is het feit dat er na ruim 30 jaar nog steeds contact is tussen een aantal collega’s van toen.

[1] Directie Personeel Koninklijke Landmacht

[2] Pantser Infanterie Rij Opleiding Centrum

[3] ONDAS = ONDerdeels Aanvulling Systeem, waarbij de gehele eenheid gelijktijdig werd opgeleid

3 antwoorden
  1. Hetty Zoomers
    Hetty Zoomers zegt:

    Hallo.
    Wij kregen de link naar je blog door van Henny. Wij zijn de ouders van Sandra die met Jasper getrouwd is.
    Leuk om je verhaal te lezen, denk dat het ook goed is om al die ervaringen op te schrijven.
    Hartelijke groet, Tom en Hetty Zoomers

    Beantwoorden
  2. Johan Gillis
    Johan Gillis zegt:

    Goed verhaal Marijn,

    Blij dat ik je heb leren kennen als een fijn mens en goede collega en dat ik jou functie heb mogen overnemen met DIC IV
    Gr Johan

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *