Martin Faas

Martin Faas is 65, vader van een zoon en twee dochters en woont samen met Els.

Martin, je kunt wel stellen dat je een mooie loopbaan hebt gehad, bij defensie?
Zeker, in mijn 26 jaar bij de Koninklijke Landmacht heb in bij een aantal eenheden gediend. Voor mijn uitzendingen was ik ingedeeld bij het 44ste Pantserinfanteriebataljon Johan Willem Friso en bij het 17de Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.

Met eerstgenoemde eenheid nam ik in 1980 en 1982 deel aan uitzendingen naar Libanon voor UNIFIL (United Nations Intern Forces in Lebenon). Daar was ik pelotonssergeant (ps) van een infanteriepeloton.
Deze missie vond plaats namens de Verenigde Naties.
Met die andere eenheid nam ik in 1996 deel aan de missie IFOR 2 (Implementation Force) in Bosnië en Herzegovina, als opvolgend pelotonscommandant (opc) eveneens van een infanteriepeloton. Dit was namens de NATO.

Je bent niet meer werkzaam bij defensie? Na zoveel jaar in het groen, zul je het vast wel missen?
Nee, dat klopt, niet meer werkzaam als militair bij defensie. In januari 2001 ben ik, na 26 jaar KL, overgestapt naar het onderwijs en hoop eind van 2021 met pensioen te gaan. Of ik het mis? Ja en nee. Het zou te veel worden om zowel ja als nee te beschrijven. Misschien komt dat nog wel eens als ik …………..

Speaking of… Jij bent toch ook vrijwilliger bij Veteraan in de klas? Kun je daar eens iets over vertellen?
Het project “Veteraan in de klas” is een onderdeel van het team Educatie van het Nederlands Veteranen Instituut (NVI). Veteranen, die een korte opleiding hebben gevolgd, kunnen gastlessen geven binnen het onderwijs. Onder onderwijs verstaan wij vanaf groep 7, 8 van het basisonderwijs (BO) via het voortgezet onderwijs (VO) en middelbaar beroepsonderwijs (MBO) naar het hoger beroepsonderwijs (HBO) en eventueel hoger (WO). Tijdens die gastlessen vertel je een duidelijk en eerlijk verhaal over het veteraan zijn in het algemeen en je eigen uitzending in het bijzonder. Deze gastlessen kunnen aangevraagd worden door de scholen bij het NVI afdeling educatie (www.nlveteraneninstituut.nl).

De afdeling educatie wijst de gastles toe aan een veteraan die zich voor desbetreffende gastles aanmeld. Je bereidt de gastles voor en gaat naar de school toe en geeft de gastles. Ik mag deze gastlessen al een aantal jaren verzorgen en doe dat met heel veel plezier. Je vertegenwoordigd op dat moment, in principe, alle ongeveer 110.000 vrouwen en mannen die uitgezonden zijn geweest. Wij veteranen met z’n allen als één grote familie. Vooral de lessen in de groepen 7 en 8, maar ook de brugklassen zijn pareltjes. De leerlingen zijn nog lekker ad-rem en stellen de mooiste vragen. Een vraag die vaak terug komt is: Heeft u wel eens iemand doodgeschoten”? Vanuit je eigen ervaringen zul je daar dus een eerlijk en duidelijk antwoord op moeten geven. De verhalen die de gastsprekers vertellen gaan dus ook over dat stukje vrede, vrijheid en veiligheid wat we hier in Nederland hebben en wat voor die leerlingen en studenten heel gewoon is. Maar veteranen zijn op plekken in de wereld geweest waar die “kreten” niet zo gewoon zijn. Met voorbeelden uit je eigen missie kan je dat zichtbaar maken. Die gastlessen zijn heel mooi en waardevol om te doen. Zeker in deze tijd waarbij de social media een, in mijn ogen, minder briljante rol heeft en speelt op het gebied van plagen/pesten en de manier waarop wij tegenwoordig met elkaar omgaan. Voor veteranen die interesse hebben om als vrijwilliger gastspreker te worden, neem contact op met het educatieteam van het NVI in Doorn.

Klinkt goed. Niet meer werkzaam, maar nog steeds betrokken bij. Wat deed jou besluiten om militair te worden?
Na het behalen van mijn middelbare school diploma (mei 1974) wilde ik graag de sport in. Al die jaren daarvoor heb ik wedstrijd gezwommen en zat in een waterpoloteam van “zpc de Rog” in Weert. Had me dus aangemeld bij het CIOS in Sittard. Ben helaas niet door de diverse testen heen gekomen. Vooral de turn- en atletiek testen waren niet van dien aard dat ik kon worden toegelaten. Jammer maar helaas. Mijn vader, ook beroepsmilitair, zei toen het volgende. Als je een sportief beroep wil, waarom ga je dan niet “het leger in”. Nou dat leek mij wel een goed en leuk idee. En zo liep ik op maandag 18 november 1974 onder de poort door van de Koninklijke Militaire School in Weert. En om eerlijk te zijn ……. wist toen niet echt waar ik aan begon. Maar sportief was het in ieder geval wel. Vooral de eerste twee weken zal ik niet meer vergeten. De oefening “Pas-Aan”. Een oefening om aan te passen. Onze lichting (74-04) had die oefening maar één regenbui. Die bui duurde wel bijna twee weken. In de loop van de periode in Weert werd wel steeds duidelijk waar het uiteindelijk om ging. Als beroepsonderofficier leiding en instructie geven aan een groep/peloton, toen nog, dienstplichtige soldaten. Op een gegeven moment moest er een keuze worden gemaakt naar welk “wapen of dienstvak” je zou gaan. Voor mijn jaargang waren er twee mogelijkheden: de technische dienst (TD) of de infanterie (Inf). Daar ik twee linker handen had en heb, was de keuze niet zo moeilijk: INFANTERIE. Een keuze waar ik op de dag van vandaag geen minuut spijt van heb gehad.

En als zodoende dus ook drie keer op uitzending geweest. Wat zegt dat jou? Dat je veteraan bent?
Tientallen jaren zijn er vele veteranen geweest die van de Nederlandse maatschappij niet die erkenning hebben gekregen en die zij wel verdienden. Ik denk aan o.a. de veteranen die door diezelfde Nederlandse maatschappij, via de toenmalige kabinetten en regeringen, naar diverse brandhaarden in de wereld werden gestuurd. Bij terugkomst, soms na 2 á 3 jaar, werd er niet altijd op een juiste manier met deze veteranen omgegaan. De afgelopen 10, 15 jaar is daar wel een verandering in gekomen. Na komst van de veteranenwet wordt er op een andere manier om gegaan met veteranen door de politiek en de Nederlandse maatschappij. Een mooi en goed voorbeeld is de Nederlandse Veteranendag op de laatste zaterdag van juni. Op die dag “ontvangen” de Nederlandse veteranen de erkenning en het respect dat zij verdienen. Zowel van de regering, politiek als van de maatschappij. Voor mij persoonlijk betekend het veteraan zijn, dat ik onderdeel uitmaak van een hele grote familie van vrouwen en mannen die de afgelopen 80 jaar, waar ook ter wereld, zich hebben ingezet voor vrede, vrijheid en veiligheid. Je weet wel “onze familie”.

Na mijn tijd bij defensie ben ik dus over gestapt naar het onderwijs. Vanaf dat moment zijn er regelmatig momenten geweest waar mijn veteraan zijn ter sprake kwam. In het begin waren dat nog wel wat minder fijne gesprekjes c.q. opmerkingen. Later in de tijd werden die gesprekken milder en positiever. Zeker op de momenten als het weer tijd werd voor de evenementen die er voor veteranen werden georganiseerd zoals de Nederlands veteranendag. Daar ik op een aantal gebieden actief ben met het veteraan zijn, komt het regelmatig voor dat ik het erover heb. Positief natuurlijk.

Binnen de Landmacht werd je opgeleid voor je functie, je taak en je rol die in voorkomende gevallen moest uitvoeren. Al die competenties en al die vaardigheden neem je de rest van je leven mee. Ik denk dat vele medeveteranen dat kunnen beamen. Veel van die geleerde kennis en vaardigheden gebruik ik nog steeds. Zal altijd wel in mijn systeem blijven. Wat ik verder aan mijn missies heb overgehouden zijn de contacten met soldaten en fuseliers uit “mijn” pelotons en de beroeps collega ‘s. Uit het oog maar niet uit het hart. Ondanks de verschillen tussen al die mannen is de uitzending die ons bind. Je ben samen weggeweest en je hebt voor langere tijd lief en leed gedeeld. Samen een klus geklaard. Met een groot aantal soldaten van mijn pelotons uit Libanon is er nog regelmatig contact in levende lijve. De “Eagles” uit 1980 komen, vanaf 2014, jaarlijks bij elkaar om even de gedachten te bepalen over “hoedewiedewat”. Met de club uit 1982 doen wij dat 2-jaarlijks en ik hoop dat er te zijner tijd dat ook met de “Zwijnen” uit 1996 gaat gebeuren.

Wat is het meest bijzondere dat je tijdens missies hebt meegemaakt?
Alle dagen tijdens mijn missies waren bijzonder. Je was voor een langere tijd weg uit je vertrouwde en goed georganiseerde omgeving in Nederland. Je bevond je op een plek op aarde waar oorlogsgeweld en onveilige situaties waren en waren geweest. Je zat er in soms minder comfortabele woon- en werksituaties. Om gezamenlijk met je team, je peloton te werken aan een stukje vrede, vrijheid en veiligheid was heel maar dan ook heel bijzonder.

Tot op dit moment ben ik nog niet terug geweest naar Libanon en Bosnië. Terugkeer naar die missiegebieden staan nog wel op mijn bucketlist. Een aantal van mijn medeveteraan vrienden zijn al wel terug geweest. Zij komen terug met mooie en goede verhalen. Voor de mannen en vrouwen die tijdens hun uitzendingen geestelijk gewond zijn geraakt hebben deze terugkeerreizen een helende werking. Ik vind dat een hele goede zaak. Mocht er een moment zijn dat ik ook zo ’n reis maak, zal het wel een grensverleggende activiteit worden. Je gaat ervan uit dat je alles zo zal aantreffen zoals je het voor het laatst zag. De werkelijkheid zal totaal ander zijn. In 40, 45 jaar veranderd er veel. Toch zou je het graag terug willen zien zoals je het achter liet in je gedachten.

Zelf werd je militair op aanraden van je vader. Zou jij mensen hetzelfde advies geven?
Ik kan daar niet echt iets over zeggen. We leven in een land waar iedereen de kans heeft zelf te bepalen wat zij of hij gaat doen. Maak zelf gebruik van de mogelijkheden die er geboden worden. De keuzes zijn legio. Maar defensie bied wel vele mogelijkheden om kennis en vaardigheden je toe te eigenen die je de rest van je leven, als je ze goed gebruikt, maximaal kunt gebruiken en benutten

Wat vind je eigenlijk van “De Trotse Veteraan” (DTV)?
De Trotse Veteraan is een hele jonge veteranen club. Die niet echt precies past in de Nederlandse traditie. Als ik de aantallen “leden” van DTV zie groeien is dat een positieve ontwikkeling. Vanuit alle krijgsmachtdelen, rangen en standen en veteranen van vroegere- en latere missies vinden de veteranen hun weg naar DTV. Mijn inziens hoort dat ook zo. Wij zijn veteraan. That ’s it! Die typische Nederlandse hokjesgeest zou niet in veteranenland moeten bestaan. Ik weet het. Het is “vloeken in de kerk”. Waar wij als veteranen de afgelopen 80 jaar zijn geweest er is een ding wat wij allemaal gemeen hebben en dat is dat iedere zweetdruppel en iedere traan even zout smaakte tijdens die missies. Deze zin heb ik niet van mij zelf maar van dhr. Frans van de Meeren. Een veteraan en lid van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene die mee vocht aan de bevrijding van Noord – West Europa. Een lange tijd geleden heb ik hem beloofd om deze zin binnen veteranenland uit te dragen. Bij dezen. Voor de rest ben ik zeer tevreden over de FB pagina en de website van DTV. Als lid van het “Zwijnenpeloton” tijdens IFOR-2 ben ik een groot fan van de strip op de website. Al met al ………. gaan met die banaan.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *