Junior leadership

Dit blog beschrijft mijn loopbaan, van aanmelding in 1978 tot FLO in 2018. Alle aspecten passeren de revue, zoals ik ze beleefd heb en me kan herinneren. Pas na mijn loopbaan als beroepsmilitair ben ik gaan bedenken wat ik met mijn ervaringen zou kunnen doen. In mijn optiek is het goed om deze ervaringen te delen om te laten zien dat de rol van de onderofficier geen theorieverhaal is dat we alleen maar op de KMS onderwijzen. Het vertelt, soms tussen de regels door, hoe ik ben gevormd, en later anderen heb mogen vormen. Het vertelt ook hoe mijn competenties door de loopbaan heen veranderden. Maar met name ook hoe ik gevoel kreeg bij het krijgen van vertrouwen, door het nemen van initiatief, het creatief zijn en durf te hebben om zaken aan te pakken. Het vertelt ook van de onmacht die ik ervaren heb als het gaat om hoe om te gaan met het sneuvelen van collega’s. Ook zien we hoe er verschil was tussen de onderbouw, de bovenbouw en mijn rol als stafadjudant in relatie tot de thuissituatie.

De rol en positie van onderofficieren binnen de KL is van oudsher die van Vakman, Leider en Instructeur. Afhankelijk van de functie waarop ik was geplaatst, kwamen deze rollen eigenlijk altijd wel in beeld. In het begin was dat meestal slechts per ongeluk, en zoals we noemen ‘onbewust bekwaam’. Later verschoof dat meer en meer naar ‘bewust bekwaam’.

Dit blog beschrijft vanuit de optiek van de onderofficier hoe de defensieorganisatie door de jaren heen veranderd, soms ten goede en soms niet helemaal. Van een roeping voor “Koning(in) en Vaderland” naar uiteindelijk een organisatie die steeds meer op het bedrijfsleven is gaan lijken. Van veel, of zelfs te veel van jezelf vergen en afvragen of er meer in had gezeten. Ergo, ik probeer antwoord te geven op de vraag of mijn loopbaan nut had, nut voor mezelf, nut voor mijn omgeving en zelfs of het nut had in een nog breder verband.

Verrassend, vooral voor mezelf, en ondanks dat velen zich hier misschien niet helemaal in kunnen herkennen, komt voor mij de tekst van het Onderofficierslied in beeld. De inhoud van deze tekst is toch meer zeggend dan ik voor mogelijk hield toen ik hem uit m’n hoofd leerde. Bijna alle aspecten van het ‘zijn van onderofficier’ zoals ik ze beleefd heb komen in de tekst naar voor, en zullen we in de verschillende afleveringen terug zien.

Onderofficier, Ruggengraat van de KL, Professionals, borst vooruit, kin omhoog, goed in ons vel.
Moed hoog in het vaandel, zorg voor ’t personeel. Trots ben ik, geen opdracht is te veel, leiderschap is ons deel.

Een goed voorbeeld van Junior Leadership

Op 9 juni 2010 ga ik vanaf PB Coyote, met de herbevoorrading Klasse 1 (eten en water), te voet mee naar OP Eleonor om daar een nacht door te brengen bij de groep onder leiding van Sergeant Jacco Jeelof. Om niet te veel last van de warmte te krijgen is gekozen om vroeg te vertrekken (rond 06:00 uur). De tocht naar boven is behoorlijk pittig, stijl en met veel losse stenen. Het extra gewicht van 24 flesjes water (2 treetjes), 2 extra gevechtsrantsoenen en een GLA, boven op het gewicht van mijn eigen gevechtsuitrusting, maakt het er ook niet eenvoudiger op. Na een uur klimmen en klauteren komen we boven aan. Daar trof ik een schoolvoorbeeld van een groepsvuurpositie aan;

Diepte in de opstelling, flanken omgebogen, goede verdeling wapensystemen, voorbereidde verwissel- en reserve vuurposities, zeg maar gewoon uit het boekje, op zo’n beetje de lastige plek die je maar kunt verzinnen.

Na iedereen te hebben begroet heb ik in overleg met de groepscommandant een slaapplek voor mezelf gezocht. Omdat de beste plekken natuurlijk al bezet zijn, vind ik een redelijke stek bij de opslag water en voeding. Met stenen uit de omgeving een poging gedaan om een en ander vlak te krijgen, zodat ik niet van de berg af zal rollen. Matje uitgerold en rugzak geïnstalleerd. Bij de mannen die bezig waren met waarnemen een goed beeld gekregen van de omgeving, de hotspots in de vallei en de locaties van waaruit deze post eerder was aangevallen. Vooral door de warmte (40o in de schaduw) en het ontbreken van een zuchtje wind de meeste tijd doorgebracht onder een zeiltje, waar ik gesprekken gevoerd heb met diverse groepsleden.

In verband met opgedane ervaringen van een eerder gevechtscontact laat Sergeant Jeelof de groep omstreeks 19:15 uur in algehele gevechtsvaardigheid komen. Hierdoor wordt er maximaal waargenomen in de sector. Gedurende de dag waren er geen aanwijzingen geweest in de vorm van waarnemingen of ICOM chat dat de OP zou worden aangevallen. Om zeker te zijn dat we niet verrast worden op de oostflank had de groepscommandant daar struikeldraadlichtseinen laten plaatsen.

Om 19:24 uur wordt het vuur van twee zijden geopend door de “insurgents” (INS). De inslagen van de vuuroverval met mitrailleurs vanuit de bergen aan de oostzijde, globale afstand 600 meter zijn duidelijk hoorbaar op de rotsen voor ons. Ik sta op dat moment bij de vuurpositie van de groepscommandant en de luitenant artilleriewaarnemer, en achter de tijdelijk vuurpositie van het GLA koppel. Op aanwijzing van de groepscommandant wordt het vuur beantwoordt. Vanwege de afstand vooral met de aanwezige mitrailleurs .50 en MAG. De .50 naast mij moest al vrij snel herladen. Om de vijand, die nog steeds op ons vuurde met mitrailleurs, laag te houden geef ik ongeveer 20 schoten suppressievuur af met mijn Diemaco C7. Daarna neem ik een vuurpositie in rechts naast de plaatsvervangend groepscommandant. Daar krijgen we een salvo mitrailleurvuur op een rots punt waarachter we dekking hebben. De treffers slaan in op een meter voor ons, waarbij ik de rotssplinters op mijn schouder voel, omdat ik rechts naast de rots af kijk om exact de locatie van de INS te kunnen zien en doorgeven. Over de ICOM komen diverse berichten van de INS, waarbij de aanwezige tolk snel duidelijk maakt dat ze het ons vanuit de bergen zo moeilijk mogelijk gaan maken. Omdat de sector op de locatie waar ik me bevind goed dicht zit verplaats ik me, tijdens het doorgaand vuren van de vijandelijke mitrailleurs, naar de rechterflank om de communicatie tussen de meest rechter ploeg (o.a. met LJ1 Ezra Holm) te waarborgen.  Inmiddels worden we niet alleen vanuit het oosten, maar ook vanuit het noorden aangevallen. Gedurende het contact wordt er mortiervuur (High Explosive) afgegeven vanaf Coyote, op aanwijzingen van de waarnemer. Daarnaast wordt er door diverse voertuigen vanuit de diepte met vuur (25mm en .50) gesteund onder leiding van de OPC, sergeant Eric Portheine. Daarbij wordt niet alleen vóór ons gevuurd, maar ook achter ons langs op doelen oost van ons. Om te waarborgen dat duidelijk is waar we ons exact bevinden is er bij de meest rechter post een infra rood brakelight geplaatst.

Er ontstaat een vuurpauze waarbij ik een nieuwe vuurpositie inneem centraal in de groepsopstelling, bij de MAGschutter, LJ1 Bart de Kok. Voornamelijk omdat hij geen PRR heeft en communicatie met de groepscommandant essentieel is. Inmiddels is het donker geworden. LJ1 de Kok neemt waar met de HV Mag en ik met mijn eigen HV Mono. Na tien minuten vuurpauze wordt het vuur door de INS weer op ons geopend. Ook onze vuurpositie komt onder vuur. Omdat mijn Diemaco C7 geen nachtzicht heeft, geef ik LJ1 de Kok aanwijzingen terwijl hij het vuur beantwoordt. Bij zijn derde vuurstoot zie ik duidelijk twee INS getroffen worden.

Vlak daarna komt de QRA, bestaande uit 2 Apache AH64 gevechtshelikopters, in actie. De INS beëindigen hierop het vuur. De QRA spot op enig moment 8 “hotspots” achter een ridge in front van ons. Vanwege het duister is een Positive ID natuurlijk onmogelijk, dus er wordt niet op gevuurd. De groep blijft voorlopig in opstelling. Om 22:10 uur wordt er door de mortieren licht geschoten, om ICOM uit te lokken. Het licht hangt precies goed, maar er worden geen INS meer waargenomen. Via de ICOM reageren ze wel. Tijdens de actie is er door twee man van de groep, op aanwijzing van de groepscommandant, water en munitie rondgebracht, een zeer belangrijke taak die onder andere door de PTLS’er perfect is uitgevoerd.

Daarna wordt het langzaam rustig en kunnen de verstokte rokers even een peuk opsteken, wel gedekt natuurlijk. Op aanwijzing van de groepscommandant, ontferm ik me over het middengedeelte van de groepsopstelling. Tijdens de daaropvolgende nacht hebben we met 4 personen de waarneming in onze sector gewaarborgd. Die nacht duurt echter niet zo gek lang, want om 03:30 alweer in ‘algeheel’, omdat de maan op komt. Vrij snel daarna is er ook al sprake van “first light” en bij dagaanbreken is duidelijk dat er verder geen activiteit meer te verwachten is van de tegenstander.

Bovenstaande is een duidelijk voorbeeld van Junior Leadership, niet alleen tijdens de voorbereiding maar zeer zeker ook tijdens de uitvoering onder zeer moeilijke omstandigheden. Alles wat we beginnende onderofficieren tijdens hun initiële opleiding aanleren zag ik hier in de praktijk terug. Als BA van 42 NLD Mechbat LJ was dit natuurlijk heerlijk om te zien; onderofficieren die in de praktijk laten zien hun rol erg goed aan te kunnen. Vakman, Leider en Instructeur. Besluitvaardig, flexibel, initiatief, resultaatgericht, stressbestendig, verantwoordelijk … zo maar een paar competenties die er dik bovenop lagen, bij de groepscommandant ter plekke, maar ook bij de onderofficieren die steun verleenden met mortieren, mitrailleurs en de 25mm snelvuurkanonnen.

2 antwoorden
  1. Sondre Fladeby
    Sondre Fladeby zegt:

    Beste Marijn,
    Zoals je al weet, hier in Noorwegen zijn wij maar een paar jaar bezig met het weer oprichter van het onderofficiercorps.
    Volgens week maandag ga de cursus basic leadership in ons bataljon openen.
    Ik heb een paar screenshots gemaakt die ik met de cursisten willen delen, met name de credo en wat jij in de afsluiting rond de onderofficier heb beschreven.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een antwoord achter aan Sondre Fladeby Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *