Jordy Hilt

Jordy Hilt is 34 jaar, woont samen met Roxanne en heeft een bonuszoon van zes jaar oud.

Eenheden: 43 BVE, DVVO & DHC (Luchtmacht)
Functies: Verkenner Chauffeur, verkenner boordschutter (HF specialist)en  Expediteur DHC.
Missies: Minusma 2014, 2017 (2017 waren twee kortere periodes)

Jordy, je hebt defensie pas relatief kort geleden verlaten. Hoe is het je sindsdien vergaan?
Toen ik de dienst Januari 2018 verliet om in de burger te gaan werken, voelde ik in het begin sterk het gemis. Ik vroeg mijzelf af of ik er wel goed aan hebt gedaan de baas te verlaten.
In de burger ervaar je veel minder het groepsgevoel, elkaar steunen en helpen wat er ook gebeurt.
Omdat je ook een bepaalde mentaliteit en manier van communiceren meebrengt, botste dit nog wel eens met collega’s in de burger. Naarmate je er langer uit bent pas je je steeds beter aan en voor mijn gevoel ben ik op de goede weg aangekomen.

Als veteraan heb ik tijdens mijn missies met eigen ogen veel ellende gezien.
Doordat ik er zelf middenin stond en niet altijd wat kon doen, groeide de drang dat ik iets wilde betekenen voor de maatschappij.
Vanuit deze ervaring, is het idee ontstaan om op diverse manieren geld in te kunnen zamelen voor goede doelen.
Dit wil ik, als het straks weer kan, doen in combinatie met evenementen. Maar er is meer!

Het gemis heb ik nu omgezet naar een project voor veteranen. Een tijdje terug heb ik contact gezocht met Sectie Veteranen Zaken van Defensie (via Majoor ”Marco” Kroon) en Stichting Onbekende Helden van het veteranen instituut.
Vanuit hier is het idee ontstaan om veteranen die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken te gaan verrassen met ‘kleine’ dingen.

Na de publicatie van mijn oproep op social media is het balletje gaan rollen, dan merk je pas echt hoe groot het veteranen netwerk is. Toen voelde ik meteen weer die verbondenheid. Eén vraag of opmerking was genoeg om een ketting van reacties los te maken. Als de ene persoon je even niet kan helpen koppelt die je meteen aan mensen die dit misschien wel kunnen. En naast dat er veel mensen willen helpen, zijn er ook mensen die de hulp goed kunnen gebruiken.

Nadat mijn artikel werd geplaatst op de social media v.o.a. Onbekende helden kreeg ik meteen mails van veteranen en partners van veteranen die aangaven dat hulp op dit moment nodig was. Dan word je heel even geconfronteerd met de mindere kant van defensie. Jongens en meiden die tijdens missies dingen hebben gezien en meegemaakt, die nu het idee hebben er alleen voor te staan.

Dat doet wat met je.
Klopt. Elk verhaal heeft twee kanten en ik ben niet de aangewezen persoon om te oordelen wie of wat hier fout is. Mij gaat het erom iets te doen. Ik ga uit van eigen kracht en de kracht van een netwerk, ook ben ik nooit bang om iedereen en dan ook echt iedereen aan te schrijven, te mailen of te berichten op social media om elke vorm van hulp aan dit project te vragen.

Een kaartje sturen is natuurlijk een mooi gebaar, alleen wil ik het wat anders aanpakken.
Zo heb ik contact met de kleindochter van een 100-jarige Tweede Wereldoorlog veteraan, zij vertelde mij dat haar opa erg van vrachtwagens houdt.
Hoe gaaf zou het zijn als we met allerlei soorten vrachtwagens langs zijn huis rijden en hem via deze weg laten weten dat zijn daden, acties en offers niet vergeten zijn en ook nooit zullen worden vergeten?

Eind februari wordt de oproep gepubliceerd in het blad de Checkpoint, ik ben nu al nieuwsgierig wat dit teweeg gaat brengen.
Naast mensen die ”hulp” zoeken, ben ik ook opzoek naar partners voor dit project. Mensen die mee willen helpen dingen te regelen / sponsors te benaderen zodat we zoveel mogelijk van onze veteranen kunnen verrassen of welke vorm van hulp dan ook.

Dat anderen willen helpen, was dat ook de reden dat je militair werd?
Op school was ik altijd een clown, iemand die het belangrijker vond dat de kinderen mij leuk en grappig vonden dan dat de leraar dat deed. Dit was ook deels om mijn onzekerheid te verstoppen. Om mijzelf te bewijzen dat ik meer was dan een clown ben ik in 2008 in dienst gegaan.
Persoonlijk kan ik heel slecht tegen onrecht en ben ik iemand die liever voor iemand anders ‘zorgt’ dan dat ik zelf alles heb en de ander het maar uitzoekt.

Doet dat iets met je, dat je jezelf veteraan mag noemen?
Ik ben er bijzonder trots op, maar niet iemand die dit van de daken schreeuwt.
Ben ook geen persoon die opzoek gaat naar erkenning en waardering en dit verwacht van mensen die niet in dienst hebben gezeten. Het is aan eenieder hierin zijn eigen weg te kiezen en natuurlijk, nu ik meer in contact kom met veteranen, merk ik dat het gebrek aan erkenning en waardering voor sommigen wel een heikel punt is. Je kunt deze zaken echter niet opeisen, dat zou vanzelfsprekend moeten zijn. Ik focus me op de mensen die wel erkenning en waardering  hebben. Als iemand dit niet heeft ben ik niet de gene die hem of haar gaat overtuigen waarom dit wel zou moeten.

Ik denk trouwens dat als je met bijvoorbeeld met mensen bij de brandweer, politie of de ambulance spreekt er ook zullen zijn die dit missen.

Het veteraan zijn is iets dat ik bijna niet bespreek met mensen zonder militaire achtergrond. Tijdens de periode dat ik ondersteunde bij Veva op het ROC in Almere sprak ik hierover wel met de leerlingen. Dit kwam voornamelijk omdat sommige het ‘Call of Duty beeld’ hadden en daardoor bij defensie wilde gaan werken. Na het benoemen van enkele voorbeelden werd dit vaak minder of verdween dit verdraaide beeld.

Wat neem je mee uit je missies?
De band die je creëert met mensen en niet alleen collega’s van je eigen eenheid maar ook van andere landen. Het aanpassen aan land en cultuur vond ik ook een bijzondere weg, je komt in een land waar bijna niks is en waar koeien plastic eten. Maar toch was het grote deel van de bevolking vrolijk en deed wat nodig was dit zo te houden. Helaas zie je ook dingen die je liever niet had gezien, maar ook deze beelden heb ik omgezet naar iets waarmee ik prima kan leven.

Als persoon ben ik niet heel veel veranderd. In het begin ben je wel anders, maar naarmate de tijd vordert slijt dit. Werd ik gewoon weer wie ik voor de missies was.
Ik probeer nu wel de kansen die ik krijg met beide handen vast te pakken omdat ik heb gezien wat het doet met mensen als er geen kansen zijn. Overall gezien heeft het mij dus een beter mens gemaakt.

In het missiegebied ben ik nooit terug geweest, en ik heb ook geen enkele intentie dit wel te doen.

Ben jij iemand die jongeren aanraad in dienst te gaan?
Ik vind dat iedereen zijn eigen weg moet bewandelen, mij heeft het positieve dingen opgeleverd maar het kan ook zomaar zijn dat het je leven negatief beïnvloedt.

Qua leren van zaken zoals discipline, doorzettingsvermogen, teamspirit en kameraadschap is defensie een goede leerschool.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *