Martien van der Heijden

Eenheden: PIROC, 17 Painfbat, pgd zeeland, NASAG, rgd-oost, 43 gnkcie, 400 gnkbat, EGB
Functies: C-kazerne zieknrapport; bataljonsarts: C-PGD; gezinsarts Zeven; C-gnkvrzggrp; c-gezondheidszorg; huisarts
Missies: KFOR 1 (beverwijk) 3 weken, vakantiewaarneming(1999), KFOR 2 van dec 1999-april 2000; TFU 5 op Tarin Kowt

Na een lange carrière bij defensie, die naar eigen zeggen met vallen en opstaan verliep, is Martien tegenwoordig met flo. Hoe is dat?
Het is alweer twee en een halfjaar geleden dat ik met flo ging. Ik mis de oefeningen en
uitzendingen, saamhorigheid.
Ik begon destijds op het PIROC. Toen al snel duidelijk werd dat ik graag BOT wilde worden, werd ik bataljonsarts bij het 17e. Daar had ik, door tekorten, voor mijn plaatsing al een paar keer ingevallen. Dit gaf een enorm gezeik omdat een arts van het NATCO niet bij het 1e legerkorps mocht werken.

Wat ik niet mis, is het gezeik van bovenaf. Je kan het je misschien niet voorstellen; maar het waren twee verschillende legers met twee hiërarchische structuren die elkaar goed in de weg zaten. Toen ik bij het 17e zat kreeg ik een ernstig sportongeval. Ik herstelde weliswaar, maar omdat het 17e een parate eenheid was werd ik tijdelijk (what’s in a name) BAScode 5 gesteld. Er werd mij beloofd dat ik terug op functie zou komen. Echter, als je BAScode wordt geplaatst is dit boven de sterkte en kan er iemand anders komen die gewoon een plaatsing van drie jaar krijgt.
Ergo ik moest het veld ruimen en kreeg te horen dat ik naar Maastricht moest (vanuit Etten-Leur!) via via wist ik gelukkig dat er een collega heel graag naar Maastricht wilde en dat een collega die in Middelburg zat heel graag naar Duitsland wilde, dus zo kon ik via DPKL een functie (c-pgd) in Zeeland krijgen. Omdat wij zelf moesten zorgen voor een vervolgopleiding kreeg ik een naplaatsing voor de huisartsenopleiding en na afronding hiervan moest ik, omdat ik op dat moment de enige huisarts was binnen defensie met een volledige registratie, naar Seedorf. Hier heb ik zeven jaar gezeten, en in het 5e jaar werd mij gevraagd waar ik naar toe wilde. Ik wist dat de functie in Havelte in 1999 vrijkwam en heb hierop gesolliciteerd. Die werd mij mondeling toegewezen, maar na een aangetekende brief en dreigen van mij om weg te gaan in 1998 kreeg ik de plaatsing per 2000 in de rang van lkol-huisarts per brief (enige toegift van een jaartje moest ik wel doen). Achteraf bleek dat DPKL alsnog probeerde iemand op die functie in Havelte te krijgen en men was overigens vergeten dat ik bevorderd zou worden, dus daar moest ik ook achteraan. (dit was overigens ook voor de bevordering naar majoor, ik heb bij beide een borrel gegeven waarbij de commandanten schitterden door afwezigheid)

Ik werk voornamelijk om mijn functie een goede inhoud te geven. Dit betekent voor mij dat mijn personeel zich goed moet voelen en zich moet kunnen ontwikkelen naar de mogelijkheden die ze hebben, maar ook dat ik/we patiëntvriendelijk moeten zijn en moeten proberen de patiënten zo gezond mogelijk te houden. Dit wilde nog wel eens tegen de dadendrang van de commandanten aan schuren. Ik vind echter dat als je goed voor het personeel zorgt, zij ook goed voor jou zorgen. Ik heb meerdere keren ruzie gehad met commandanten, tot aan generaals aan toe. zowel in Nederland/Duitsland als in het uitzendgebied maar nooit voor mijn eigen gewin. Mijn commandanten hebben meerdere verzoeken voor een functioneringsgratificatie gekregen, nooit heb ik er 1 gekregen. Uiteindelijk hebben patiënten en personeel via de burgemeester een koninklijke onderscheiding aangevraagd die ik wel heb gekregen. Na de uitreiking gingen (ex)commandanten echt ballistic. Ik heb vrij vaak voor de groene tafel gestaan, zowel tuchtrechtelijk als strafrechtelijk, en zelfs voor de rechter, maar ik heb altijd gewonnen en ik heb een smetteloos dossier (anders had ik die onderscheiding niet gekregen). Ik ging altijd met plezier naar mijn werk omdat ik wist dat het personeel achter mij stond en mij waardeerde.

Ik ben ook niet iemand die in de spreekkamer blijf zitten. Vooral tijdens uitzending en toen ik bataljonsarts was en op het PIROC zat (daarna is de organisatie veranderd en had je niet echt meer onderdelen waar ik voor verantwoordelijk was) ging ik veel koffiedrinken bij de verschillende subonderdelen. de herstel, de roadblocks, de mortieren, etc, etc. Als mensen bij je komen is het vaak te laat. Juist preventief een praatje maken, kijken waar de stress zit, vragen in informele zin hoe het thuis en/of met het gezin gaat werkt heel drempelverlagend, maar ook stress verlagend.
En als dokter mag en kan je overal komen. Op de kazerne is het kijken naar de volgende functie en wie zit ik in de weg. Tijdens uitzending is het meer de doe/kan mentaliteit.

Het veteraan zijn is iets waar jij heel open in bent?
Dat klopt. Ik propageer dit heel duidelijk in de spreekkamer. Daar heb ik mijn boek (huisarts in Uruzgan) pontificaal op het bureau staan en veel mensen vinden dit leuk en vragen er naar. Het mooie is dat men er over het algemeen respect voor hebben dat er mensen zijn die dit voor de samenleving over hebben.

Stel, nu zit er iemand in je spreekkamer die erover nadenkt om militair te worden. Hoe reageer je hier op?
Absoluut doen. Je doet levenservaring en werkervaring op. Alleen mijn advies aan iedereen die bij defensie zit of wilt: laat alle afspraken op papier zetten. Vertrouwen is goed, papier is beter.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *