Amy van Son

De 51 jarige Amy van Son was als Matroos 1 Operationele Dienst Verbindingen werkzaam op de Hr. Ms. Van Kinsbergen, een S-fregat van de Kortenaerklasse en nam deel aan missies bij Joegoslavië en Irak.

Amy, je verliet de marine in ’93, twee jaar voordat het fregat waarop je diende uit dienst werd gesteld. Al bijna dertig jaar dus. Is het iets dat je mist? Werken bij Defensie?
Ja en nee. In 1993 ben ik uit dienst gegaan, er is een tijd voor alles. Maar je blijft op heel veel manieren toch militaristisch bedraad, bijvoorbeeld hoe je naar dingen kijkt. Welke stappen je wil gaan zetten en de doelen die je jezelf stelt. Dat is meer vanuit het individu bekeken. Wat ik echt mis en wat bijna niet terug te vinden is in de ‘burgermaatschappij’ is de broederschap. Ik noem het expres geen kameraadschap, dat uitgaat van een bepaald soort ‘vriendelijkheid’ voor sommigen en dat is het niet per se.  Het is weten dat die ander zijn of haar deel doet en jij jouw deel. Samen verder komen.

En dan zouden mensen kunnen denken, ja broederschap, wat is dat dan? Voor mij is het weten dat je kunt vertrouwen en bouwen op elkaar. Met Helmen Vol Verhalen (een expositie met twintig kunstwerken gebaseerd op persoonlijke missieverhalen van ‘jonge’ veteranen) en eigenlijk met al mijn projecten, probeer ik dat ‘gezamenlijke missie gevoel’ na te bootsen. Het samen ergens voor gaan staan en blijven staan. Zo worden banden gesmeed, die nooit meer over gaan. Dit is eigenlijk voortdurend mijn missie in mijn werkzame leven in de burgermaatschappij. Het kunnen vertrouwen op elkaar, je verantwoordelijkheid nemen in vrijheid én in verbinding. Opdat er altijd iemand is die op een bepaald moment herkent dat hij of zij iets bij kan dragen aan het geheel en dat ook daadwerkelijk doet. Dus meebewegen. In de burgermaatschappij veranderen de regels voortdurend, dat zijn spelletjes die niemand wil spelen. Door de stip aan de horizon samen vast te stellen en vanuit gedeelde (levens en werk) waarden bij te dragen, weten we allemaal dat we samen dezelfde kant op bewegen. Niet tegen elkaar maar met elkaar.

Mooi omschreven, wat was voor jou de reden om bij defensie te gaan?
Naar de Koninklijke Marine gaan had voor mij meer te maken met op zoek zijn naar acceptatie. Ik kom uit een onveilige thuissituatie. Mijn vader was dienstplichtig Marinier en koopvaardijer. Maar bovenal alcoholist. Door naar de Marine te gaan wilde ik aan de ene kant mijn ouders plezieren, in de hoop om geaccepteerd te worden, in retroperspectief bleek het een vlucht uit een onveilige situatie. De beste keuze die ik heb kunnen maken op die leeftijd.

In de blogs op je website amyvanson.nl vertel je veel over wat jou vormt en gevormd heeft. Je tijd bij de Marine, de Romeinse filosoof Seneca en over je jeugd. Zo vertel je dat je ouders zowel fysiek als mentaal ongeremd waren in het loslaten van hun agressie. Lastig, om beschadigd door je jeugd in te stappen in bij Defensie?
Eigenlijk helemaal niet. Ik kwam in zekere zin uit een oorlog. Voordat ik überhaupt bij Defensie ging, was ik al voortdurend mijn eigen vrijheid aan het bevechten. Omdat ik al zo jong gewend was aan die constante dreiging van wat er mogelijk zou kunnen gebeuren, vormde de onzekerheid in de buitenwereld geen probleem. Het grote verschil was dat ik bij de Marine, met de mensen op het schip wel de acceptatie vond waar ik naar op zoek was. Mijn veilige haven vond ik op open zee. Er zijn veel jonge mensen die tot op de dag van vandaag bij defensie vinden wat ze nodig hebben om verder te komen.

Ik heb nooit echt last gehad van het alfa gedrag bij defensie, ik ben altijd ‘one of the guys’ geweest. En alfa gedrag maakt je niet per definitie een goede leider. Omdat ik in mijn jeugd al zoveel gestreden had, was ik ook helemaal niet zo onder de indruk van macht of machthebbers, een streep meer of minder had geen impact. Wel ontwikkelde ik een radar voor oneigenlijke bedoelingen. Natuurlijk wist ik toen ook al ‘order is order’ maar als ik wist dat die order niet klopte, dan deed ik hier iets mee. Ook zeker richting de order gever. Redelijkheid en billijkheid is altijd mijn vetrekpunt gebleven.

Wat betekent het voor jou om veteraan te zijn?
Veteraan zijn heeft betekenis. Dit besef komt vaak pas vele jaren later echt binnen, dat het toch bijzonder is. Als je er ‘in’ zit dan is het geen issue. Als je er uit bent dan komt langzaam de realisatie dat je bepaalde zaken van het militaire leven, de omgangsvormen en de mentaliteit mist. We zijn met meer dan 100.000 veteranen in Nederland, als ik veteranen, ongeacht het defensie onderdeel, tegenkom hebben we aan een half woord genoeg. Dat vind ik mooi. Wij ‘zijn er van’.

Het is niet zo dat ik vaak over mijn veteraan zijn praat, soms, als het ter sprake komt. Soms zeg ik het juist wel, om iets heel snel duidelijk te maken. Altijd die verrassing op het gezicht van mensen. En dat blijft een aandachtspunt. Het zijn niet alleen de oud strijders van weleer, maar die man of vrouw die naast je staat in de supermarkt ook. We hebben daar nog veel in te doen. Nu ik bezig ben met het project Helmen Vol Verhalen, komt de term veteraan dagelijks voorbij natuurlijk. Maar ik zet het niet voorop. Wel dat ik ‘verbindelaar’ ben. Altijd ben ik op zoek naar informatie en probeer die zo snel mogelijk op de juiste plek en bij de juiste persoon te brengen. Dat is echt een manier van leven.

Zelf ben ik een Landmacht veteraan. Kun je uitleggen hoe het voelt om bij de Marine te dienen en op missie te gaan?
Tja, kijk de Marine of in de situatie waarin ik me bevond, drie jaar een varende plaatsing. Drie jaar lang elke dag de horizon, drie jaar de zee, zonsopkomsten en -ondergangen, je leeft met de natuur en je bent er tegelijkertijd aan overgeleverd. Dolfijnen voor de boeg, zwermen met koolwitjes door het waaiegat, elke keer als je de deur open doet weer een nieuwe vaak exotische locatie. Nieuwe culturen, bijzonder eten en drinken, avonturen en plezier. Het meest bijzondere van militair zijn is een geweldige periode te ervaren, waarin je voortdurend in nieuwe situaties terecht komt en het samen met anderen het hoofd mag bieden. Mijn defensietijd is een periode waarop ik met trots terug kan kijken en waarin ik ontzettend veel levens- en werkervaring heb opgedaan. En elke keer als de trossen los gingen, het besef, ik ben er weg van en nu kan niemand me meer vinden.

Alleen jouw verhalen over de Marine horend, maakt al enthousiast. Wat heb je aan je missies over gehouden?
Twee videobanden van CNN  van de Golfoorlog om terug te kijken wat we daar nu precies deden. Nee onzin. Niets negatiefs alleen maar positief, of het nu een missie was of een opwerkoefening elke keer was het samenwerken om elkaar verder te brengen, of dit nu met de Nederlandse collega’s was of met de internationale samenwerkende defensie onderdelen. Ik kijk er na 30 jaar nog steeds met plezier op terug. Daardoor kan ik ook dit zeggen. Mijn verlangen naar de zee en het water zal altijd oneindig zijn, altijd op zoek naar een nieuwe stip aan de horizon. Mezelf toetsen in nieuwe omstandigheden. Beter dan de keer ervoor.

Mocht iemand laten merken interesse te hebben in werken bij Defensie. Zou jij zeggen, doen?
Zeker en dan met name naar de Marine natuurlijk. Verder zou ik aanraden om eens in een gesprek te gaan met een militair of veteraan die bij een defensie onderdeel heeft gediend. Zij kunnen de werkelijkheid weergeven van het militair zijn, dat lees je niet in een folder en haal je ook niet uit een snel gesneden wervingsvideo.

Een mooi, afsluitend advies. Bedankt, Amy.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *