Op vredesmissie

1996, Uitzicht over Jajce, Bosnië Herzegovina

Wanneer je als jonge gast op vredesmissie gaat, weet je precies wat je te wachten staat. Je bent getraind en geoefend, hebt je terdege ingelezen in het land waar je naartoe gaat, bent op de hoogte van het verloop van de strijd/oorlog die hebben geleid tot de missie en dankzij je topografiekaart weet je zelfs waar het land van bestemming ligt. Kortom, niets kan jou verrassen, je bent er klaar voor.
Samen met je wapenbroeders stap je op de dag van vertrek vol vertrouwen op het vliegveld. Je zult ze wel eens even wat laten zien.

Dan kom je aan en opeens weet je dat je misschien niet 100% voorbereid was. Jawel, je bent getraind en geoefend, het is zeker waar dat je jezelf in hebt gelezen in het land waar je naartoe gaat, de voorgeschiedenis is je bekend en inderdaad, het land ligt precies waar het volgens je topografiekaart zou liggen. Echter…

Zodra je kennis maakt met het land, worden de statische groeperingen uit je voorbereiding mensen, krijgen mensen een gezicht, realiseer je jezelf dat deze mensen ook hun gevoel en emoties hebben, hun verdriet en boosheid, beweegredenen om zaken te doen of juist niet. Het zijn anderen dan die van jezelf, maar ze hebben hun normen en waarden.
Misschien staan ze op een hele andere manier in het leven, maar ze blijken mens te zijn, net als jijzelf. Hoe je zelf ook in het leven staat, je (onbewuste) oordeel over het land heeft spontaan meer kleur gekregen. Dan pas begint je missie echt.

Nu viel het voor mij persoonlijk mee. Tijdens mijn eerste uitzending naar Bosnië in 1996 was de bevolking vooral heel opgelucht dat de strijd ten einde was, terwijl er tijdens mijn uitzending naar Servië in 1998/1999 veel angst en spanning zat dat de oorlog opnieuw zou oplaaien. Zeker omdat destijds de Kosovo oorlog in hetzelfde land werd uitgevochten.
Van directe strijd was echter geen sprake.

Stel je voor dat je tijdens je missie te maken krijgt met gewelddadige situaties, waarbij mensen elkaar naar het leven staan en de rechten van de mens in het geding komen? Stel dat je wil helpen, maar je simpelweg niet kan of mag, omdat bewapening en mandaat ontoereikend zijn? Stel je voor dat je in de situatie terecht komt, waarop je moet doen wat je van tevoren wist dat zou kunnen gebeuren; je wordt gedwongen een leven te eindigen? Hoe hou je vast aan je menselijkheid wanneer je rond je heen ziet dat er mensen zijn die die van hun verloren lijken te zijn.

En dan, eenmaal thuis, weer in de waan van de dag, waar oorlog slechts een woord is. Hoe herpak je jezelf en hou je je rug gerecht? En hoe ga je om met mensen die geen enkel idee hebben op wat er op je af kan komen tijdens een vredesmissie, maar wel een oordeel hebben over jou als mens? Hoe ga je om met vreemdelingen, die beweren dat je het leven niet respecteert, simpelweg omdat je militair bent/was?

Er is gelukkig steeds meer erkenning vanuit de maatschappij voor defensie en veteranen. Toch valt er nog een hoop winst te bereiken. Veteranen hebben, gevormd door hun militaire training, wellicht andere normen en waarden dan mensen die nooit in dienst hebben gezeten. Hun motivatie om in dienst te gaan was om een bijdrage te leveren aan vrede en veiligheid wereldwijd. Dat laatste idee kan toch alleen maar omarmd worden, want waar je ook vandaan komt. Uiteindelijk willen we allemaal een veilige plek om thuis te noemen, met onze geliefden om ons heen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *